Overzicht erfelijke afwijkingen Fleckvieh

Erfelijke gebreken

Elk individu, mens of rund, heeft uniek DNA. De informatie in het DNA ligt opgeslagen in een lange keten van zogeheten baseparen. Een basepaar bestaat uit twee bouwstenen, twee nucleotiden. Drie miljard van deze baseparen vormen het geheel aan DNA van een individu, ofwel het genoom. Een individu heeft ieder stuk DNA in tweevoud; één stuk afkomstig van de moeder en één afkomstig van de vader. Een haplotype is een stukje van het enkelvoudig DNA, dus afkomstig van één van de ouders. Haplotypes bepalen allerlei eigenschappen van een dier. De roodbontfactor is een haplotype dat verantwoordelijk is voor de haarkleur.

Omdat bij celdeling weeffoutjes kunnen optreden in deze haplotypes kunnen erfelijke gebreken ontstaan. De meeste “erfelijke gebreken” zijn niet direct zichtbaar, maar recessief aanwezig zoals roodfactor bij een zwarte koe. Deze onzichtbare eigenschapen kunnen generaties later wel zichtbaar worden en gevolgen hebben.


Verwantschap

Naarmate dieren meer aan elkaar verwant zijn, is de kans op het samenkomen van defecte genen groter. De verleiding om dieren met gemeenschappelijke voorouders met elkaar te combineren is echter groot. Naast dat de kans groeit op het samenkomen van defecte genen is de kans op het samenkomen van gewenste genen groter. Het is de succesfactor achter lijnenteelt. Een blik op de toplijsten van hoge genoomdieren is veelzeggend: de Holstein fokkerij is doorspekt met de stieren als: Goldwyn, Jocko, Shottle en O-man. In mindere mate maar ook bij Fleckvieh komen veelvuldig: Romen, Malf en Winnipeg voor in de afstamming.

 

Genetische bijzonderheden / erfelijke gebreken bij Fleckvieh

Dankzij de grote populatie met een lage verwantschap was Fleckvieh lange tijd gevrijwaard van erfelijke gebreken. Dankzij de komst van DNA-technologie is men er bij Fleckvieh in geslaagd om in zeer korte tijd verschillende ongewenste mutaties te identificeren.

Ook heeft men er binnen Fleckvieh voor gekozen om al deze ongewenste mutaties te publiceren. Deze kennis moet dan worden gebruikt om zogenaamde “risicovolle paringen” te vermijden.

Bekende erfelijke gebreken zijn nu:

  • FH5

Fleckvieh Haplotyp 5 (FH5) vererft recessief, dus kan alleen tot uiting komen als vader en moeder allebei drager zijn. De kans op een FH5 kalf is dan 25%. De verschijnselen zijn dat de getroffen kalveren binnen 48 uur na de geboorte sterven aan hartfalen of ernstige leverbeschadiging. Wij adviseren een FH5 drager stier niet te paren met een nakomeling van een FH5 drager stier in de moederlijn.

 

  • BH2
    Braunvieh Haplotyp 2 (BH2) bij Fleckvieh vererft recessief, dus kan alleen tot uiting komen als vader en moeder allebei drager zijn.
    De kans op een BH2 kalf is dan 25%. De verschijnselen zijn doodgeboren kalveren of sterfte binnen de eerste 7 weken na de geboorte. Wij adviseren een BH2 drager stier niet te paren met een nakomeling van een BH2 drager stier in de moederlijn.

 

  • TP
    Thrombopathie (TP) bij Fleckvieh vererft recessief, dus kan alleen tot uiting komen als vader en moeder allebei drager zijn.
    De kans op een TP kalf is dan 25%. TP leidt tot een verstoring van de bloedstolling. Getroffen kalveren gaan na een verwonding of inwendige bloeding dood. Wij adviseren een TP drager stier niet te paren met een nakomeling van een TP drager stier in de moederlijn.
  • ZDL

ZinkDefizienzLike-Syndrom (ZDL) vererft recessief, dus kan alleen tot uiting komen als vader en moeder allebei drager zijn. De kans op een ZLD kalf is dan 25%. Kalveren met ZLD verkeren in zeer slechte algemene conditie en zullen binnen de 2 maanden na geboorte overlijden. Wij adviseren een ZLD drager stier niet te paren met een nakomeling van een ZLD drager stier in de moederlijn

 

  • FH2
    Fleckvieh Haplotyp 2 (FH2) vererft recessief, dus kan alleen tot uiting komen als vader en moeder allebei drager zijn. De kans op een FH2 kalf is dan 25%. Kalveren met FH2 worden normaal geboren echter na de melkperiode blijven de kalveren achter in ontwikkeling. Wij adviseren een FH2 drager stier niet te paren met een nakomeling van een FH2 drager stier in de moederlijn
  • DW
    Zwergwuchs (DW) vererft recessief, dus kan alleen tot uiting komen als vader en moeder allebei drager zijn. De kans op een FH2 kalf is dan 25%. Kalveren met DW worden met een laag geboortewicht geboren. Daarna hebben ze een zeer beperkte groei. DW komt nauwelijks voor in de populatie en de kans dat in Nederland homozygote kalveren worden geboren is nihil.

Meer informatie kunt u vinden op: http://www.fleckvieh.at/genetisches-profil.html of http://www.lfl.bayern.de/itz/rind/

Hoe nu verder?

Het gebruik van stieren met een recessief ongewenste eigenschap is bij een éénmalige of driewegkruising geen probleem. Echter dient men bij het toepassen van de verdringingskruising of zuivere fokkerij hiermee rekening te houden.
Wij adviseren u dan ook om gebruik te maken van een paringsprogramma om risicovolle paringen te vermijden. Aangezien geen nieuwe proefstieren meer worden ingezet met ongewenste eigenschapen zal het risico op risicovolle paringen in de toekomst verder afnemen.

Op de fokwaarde databanken (Zuchtwertdatenbanken): http://www.fleckvieh.at/ en http://www.lfl.bayern.de/itz/rind/030845/ kunt u vinden of een stier drager is van ongewenste eigenschapen.